Welkom! Je bent uitgekomen op de nieuwe website van Voedingsgeneeskunde. De reguliere website is aan vernieuwing toe. Surf gerust rond, de website is nog niet compleet en volop in ontwikkeling.

Vitaliteit heeft alles te maken met energie, levendigheid, levenskracht, levenslust, veerkracht en bezieling. Met name stress, vervuiling en veroudering hebben een negatief effect op onze vitaliteit. Het is dan ook niet gek dat we al decennia op zoek zijn naar manieren om deze processen het hoofd te bieden. In de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam een nieuw concept op, dat van de adaptogene stoffen. Adaptogenen zijn (planten)stoffen die de veerkracht van het lichaam verhogen op een niet-specifieke manier. Het onderzoek heeft sindsdien niet stilgestaan. Planten zoals rhodiola, schisandra en Siberische ginseng blijken bijzonder effectief in het verhogen van onze vitaliteit.
Adaptogene kruiden worden al eeuwenlang gebruikt in sommige culturen. Zo worden ashwagandha, maca, schisandra, reishi en heilige basilicum (tulsi) al duizenden jaren ingezet in India, Zuidoost-Azië, China, Japan, Rusland en het Andesgebergte.1 Bijzondere aandacht begonnen de kruiden te krijgen vanaf de tweede helft van de vorige eeuw.
Sovjet-Unie
De term ‘adaptogeen’ werd in 1947 geïntroduceerd door de Sovjet-toxicoloog Lazarev, oorspronkelijk voor het synthetische stimulerende middel dibazol.2 Hij veronderstelde dat adaptogenen de niet-specifieke weerstand van het lichaam tegen stress verhogen, wat leidt tot een verbeterd uithoudingsvermogen en betere prestaties. Deze veronderstelling kwam voort uit onderzoek naar Schisandra chinensis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Russische onderzoekers hadden als doel natuurlijke stimulerende middelen te vinden voor het leger, in plaats van synthetische middelen die door andere legers werden gebruikt. De interesse in S. chinensis kwam voort uit etnofarmacologisch onderzoek in Siberië en Mantsjoerije, waar inheemse jagers de bessen gebruikten als tonicum tegen dorst, honger en vermoeidheid. Gedurende de jaren zestig en zeventig breidden Sovjet-wetenschappers hun onderzoek naar adaptogenen uit naar andere traditionele geneeskrachtige planten uit Oost-Azië, zoals Rhodiola rosea en Siberische ginseng (Eleutherococcus senticosus).
Adaptogenen werden niet alleen in de geneeskunde gebruikt, maar ook in de sport, arbeidsgeneeskunde en geriatrie, met als doel herstel te bevorderen, bescherming te bieden tegen omgevingsfactoren en de gezondheid van ouderen te verbeteren. Ze werden zelfs ingezet in de ruimtevaart en onder extreme leefomstandigheden, zoals op zee en in poolgebieden.1,2 Uiteindelijk werden adaptogene kruiden opgenomen in de officiële farmacopee van de Sovjet-Unie. In 2018 stonden de volgende kruiden (nog steeds) in de officiële Russische farmacopee: Aralia elata, E. senticosus, Oplopanax elatus, Phaponticum carthamoides, R. rosea en S. chinensis.2
Evolutie van het concept
Vanuit holistisch oogpunt werden de adaptogenen in verschillende culturen op gelijkende manieren omschreven. Kruidenkundigen verwezen naar de planten als herstellende middelen, qi-tonicum, rasayanas of verjongende kruiden. In de traditionele Chinese en ayurvedische geneeskunde vinden we een vergelijkbaar idee van ‘levensenergie’ en het activeren van lichaam en geest: de qi in TCM en de prana in Ayurveda. Ook in verschillende andere culturen komt dit concept terug, waaronder de Griekse pneuma, de Polynesische mana, de Duitse od en de Hebreeuwse ruah. In de traditionele Japanse geneeskunde (kampo) bestaat er een speciale klasse van medicijnen met een adaptogene werking, de ‘ondersteunende preparaten’ of hozai. De term hozai wordt gebruikt om preparaten te beschrijven die worden toegepast om de symptomen van fysieke zwakte en degeneratieve ziekten te stoppen of gedeeltelijk terug te draaien. Hozai worden ingezet bij typisch geriatrische aandoeningen, maar ook in elk ander geval van fysiek verval. Adaptogenen zijn eustressoren (dat wil zeggen ‘goede stressoren’) die fungeren als milde stress-mimetica die een stressbeschermende reactie opwekken. De westerse indicaties waarvoor hozai het vaakst in Japan worden gebruikt, hebben betrekking op cachexie, depressie en sarcopenie.2
In het Westen worden de planten veelvuldig ingezet door gezonde volwassenen om het geheugen en fysieke prestaties te verbeteren.1-4 De afgelopen jaren lijkt het concept ‘adaptogeen’ zich verbreed te hebben, waardoor sommige mensen nu ook planten met een afrodiserend effect scharen onder het concept adaptogeen.2,5 Deze planten beantwoorden echter niet volledig aan de definitie voor adaptogenen die stelt dat een plant moet voldoen aan alle drie de volgende kenmerken: (i) nonspecificiteit, waarbij de plant of stof de algemene weerstand verhoogt tegen verschillende soorten stressoren (fysiek, chemisch, biologisch), (ii) normaliserend of regulerend effect waarbij zowel hyperactiviteit als hypoactiviteit van een lichaamssysteem in balans kan worden gebracht en (iii) geen verstoring van normale functies, oftewel ze mogen weinig tot geen bijwerkingen hebben.
Ook is het goed om een onderscheid te maken tussen adaptogene kruiden en stimulerende middelen. Het belangrijkste verschil tussen adaptogenen en stimulerende middelen, zoals cafeïne en amfetamine, is dat deze laatste na langdurig gebruik zowel tolerantie als verslaving bij de gebruiker kunnen veroorzaken.
Fysiologische achtergrond
De belangrijkste actieve bestanddelen van adaptogene planten kunnen worden onderverdeeld in drie hoofdgroepen chemische verbindingen. De eerste groep omvat verbindingen met een tetracyclische structuur, vergelijkbaar met cortisol en testosteron. Hiertoe behoren terpenoïden zoals ginsenosiden, sitoindosiden, cucurbitacinen en withanoliden, die onder andere voorkomen in ginseng en ashwagandha. De tweede groep bestaat uit structurele analogen van catecholamines of tyrosine. Dit zijn onder andere lignanen, zoals schizandrine B uit S. chinensis en eleutheroside E uit E. senticosus. Daarnaast vallen fenylpropaan- en fenylethaanderivaten zoals rosavine en salidroside uit rhodiola binnen deze groep. De derde groep omvat structurele analogen van resolvinen, bekend als oxylipinen, een type meervoudig onverzadigd vetzuur.1,2,6
Adaptogenen hebben farmacologisch een pleiotroop effect op het neuro-endrocriene systeem waarbij de dosis-effectrespons bifasisch is, ook wel hormese genoemd. Oftewel, in lage dosering zijn ze milde stressmimetica die een adaptieve stressrespons activeren. Dit maakt de gebruiker beter bestand tegen ernstigere of andere stressoren. Het concept is gebaseerd op de stresstheorie van de arts Hans Selye, die in 1936 in zijn 'letter to the editor' in Nature de algemene stressreactie voorstelde als bestaande uit drie fasen, namelijk de alarmfase, de fase van aanpassing en de fase van uitputting.2,7
Adaptogenen werken voornamelijk op de HPA-as of stress-as. Stresshormonen beïnvloeden functies zoals groei, eetlust, bloeddruk, emoties, seksualiteit, lichaamstemperatuur, slaap en het dagelijks ritme. Hun belangrijkste taak is om het lichaam in balans te houden en te helpen omgaan met stress. Chronische stress verstoort de balans van cortisol en de energieproductie in het lichaam, wat kan leiden tot hoge cortisolniveaus en problemen zoals depressie en vermoeidheid. Normaal gesproken helpt cortisol het lichaam om met stress om te gaan, maar stressgerelateerde eiwitten zoals JNK kunnen deze werking blokkeren. Hierdoor blijft cortisol te hoog. Adaptogenen helpen dit te corrigeren door cortisolniveaus in balans te brengen, de werking van JNK te verminderen en de productie van beschermende eiwitten zoals Hsp70 te stimuleren (zie figuur 1).

Verder hebben adaptogenen invloed op genen die coderen voor neurohormonen, transmembraankanalen en tussenproducten van intra – en extracellulaire communicatie. Dit leidt tot regulering van de werking van verschillende receptoren, waaronder die voor corticosteroïden, serotonine, NMDA en acetylcholine.1-3,5 Het is een complex mechanisme dat wetenschappers langzaam aan het ontrafelen zijn. Die complexiteit is logisch als men kijkt naar de mogelijkheden van de plant om lichaamsfuncties zowel te stimuleren als te remmen.
Naast deze werking op de HPA-as hebben adaptogenen verschillende mechanismen die zorgen voor celbeschermende effecten. Hun antioxidante werking wordt hierbij vaak genoemd. Het principe van hormese lijkt een belangrijkere rol te spelen dan de antioxidant werking van de plant an sich, want hiervoor zijn hoge doseringen nodig. Lage doseringen van de adaptogene stoffen leiden tot kortstondige stijging van vrije radicalen die het lichaam de prikkel geven om zelf meer antioxidanten te maken. Een van de belangrijkste routes is de Nrf2-signaalroute. Deze route verhoogt de productie van fase II detox enzymen en antioxidanten in reactie op toxische prikkels (in dit geval een lage concentratie van het adaptogeen waardoor milde oxidatieve stress ontstaat). Signaalroutes waarin Nrf2 wordt geactiveerd, omvatten onder andere het eerdergenoemde JNK, maar ook NFκB en FOXO kunnen Nrf2 beïnvloeden (zie figuur 1).2,3
'The great equalizers'
Naarmate we ouder worden, worden bepaalde signaalroutes zoals NFκB in ons lichaam geactiveerd, terwijl de werking van ontstekingsremmende routes afneemt. Dit leidt tot ontsteking, verminderde energieproductie en verhoogde apoptose. Adaptogenen zijn dus bij uitstek geschikt bij allerlei aandoeningen die verband houden met veroudering en chronische ontsteking. Deze effecten kunnen tevens bijdragen aan de effectiviteit van adaptogenen bij het behandelen van acute luchtwegaandoeningen door ontstekingen in de betrokken cellen en weefsels te verminderen. Nieuwe onderzoeksgebieden liggen in de toepassing van adaptogenen bij neurodegeneratieve aandoeningen en in de psychiatrie. Verder is de inzet van de planten tevens interessant bij mensen die, bijvoorbeeld vanwege werkomstandigheden, in aanraking komen met toxines. Dieronderzoek laat zien dat dit weerbaarder kan maken tegen deze stoffen.1,2,5
Ondanks de gelijkende effecten die adaptogenen hebben, worden de verschillende planten bij verschillende indicaties ingezet. Op basis van klinisch onderzoek kan bijvoorbeeld worden gesteld dat schisandra beter werkt tegen lichamelijke vermoeidheid, terwijl rhodiola beter kan worden ingezet bij mentale vermoeidheid, concentratieproblemen en depressie.5 Andrographis is bij uitstek geschikt bij luchtwegklachten.2 Schisandra kan dan weer beter werken bij psychiatrische aandoeningen.5 In de klinische setting is inzet van schisandra als aanvulling op kalmeringsmiddelen of antidepressiva zinvol gebleken. Ook zijn er uit een kleine klinische studie aanwijzingen dat de plant mogelijk nuttig is bij de behandeling van schizofrenie.5 Aralia elata zou mensen met longklachten, zoals astma en veelvuldige verkoudheid, kunnen helpen.3
Er zijn aanwijzingen dat combinaties van adaptogene planten mogelijk effectiever zijn dan losse planten en dat er sprake kan zijn van synergie. Dit heeft te maken met de verschillende targets die de planten aanspreken. Combinatiegebruik van bijvoorbeeld andrographis en eleutherococcus wordt sinds de jaren tachtig en negentig ingezet in Zweden en Denemarken om de ernst en duur van verkoudheden en griep te verminderen. De combinatie is in verschillende klinische studies superieur gebleken over monotherapie. In het laboratorium zijn verder W. somnifera met melatonine en W. somnifera met R. rosea getest, combinaties die zinvol zouden kunnen zijn bij respectievelijk diabetes type 2 en milde cognitieve achteruitgang.2
Tot slot wordt er geëxperimenteerd met de inzet van adaptogenen als cordyceps, reishi, ashwagandha, tulsi en astragalus tijdens oncologische behandeling. Ook zetten patiënten deze middelen in tegen bijwerkingen, zoals chemobrein, of ter verbetering van de effectiviteit van de behandeling. Er is echter nog onvoldoende bekend over interacties en veiligheid, waardoor algemene aanbevelingen voor deze middelen bij de behandeling niet mogelijk zijn.1,2,6,8,9
Veiligheid
We moeten niet vergeten dat vanuit traditioneel oogpunt de adaptogene kruiden worden ingezet bij gezondheidsproblemen gerelateerd aan veroudering, kortdurend om bijvoorbeeld vermoeidheid tijdens de jacht te voorkomen of acute ziekte te behandelen. Dit in tegenstelling tot hoe ze tegenwoordig vaker worden gebruikt, namelijk als algemeen gezondheidsbevorderende middelen die langdurig worden gebruikt door gezonde volwassenen. Als we kijken naar de veiligheid van adaptogene kruiden, dan kan worden gesteld dat de gepubliceerde literatuur geen zorgen laat zien voor rhodiola, eleutherococcus en schisandra. Echter, de moderne toepassing kan in de praktijk soms toch leiden tot problemen. Zo zien we bijvoorbeeld bij Withania somnifera dat langdurig gebruik kan leiden tot hyperactiviteit van de schildklier. Ook kan Panax ginseng bij gevoelige mensen leiden tot milde slaapproblemen.2,4 Vanuit holistisch oogpunt zou het daarom raadzaam zijn om ook adaptogene kruiden intermitterend in te zetten. Dit voorkomt tevens dat het lichaam ‘doof’ wordt voor een prikkel.
Conclusie
In moderne, industriële samenlevingen worden onze immuunsystemen belast door factoren als stress, vervuiling, medicijnen, slechte voeding en straling. Deze stressoren maken het moeilijker om homeostase te behouden. Het enige wat we kunnen doen, is ons aanpassen aan deze onvermijdelijke uitdagingen. Adaptogenen zijn veelbelovend om te helpen deze stressoren het hoofd te bieden, waardoor we langer een vitaal leven kunnen leiden.
- Winston D, Maimes S. Adaptogens: Herbs for Strength, Stamina, and Stress Relief. Inner Traditions / Bear & Co; 2007.
- Panossian AG, Efferth T, Shikov AN, et al. Evolution of the adaptogenic concept from traditional use to medical systems: Pharmacology of stress- and aging-related diseases. Med Res Rev. 2021 Jan;41(1):630-703.
- Abascal K, Yarnell E. Increasing Vitality with Adaptogens: Multifaceted Herbs for Treating Physical and Mental Stress. Altern Complement Ther. 2003 Apr;9(2):54–60.
- Amir M, Vohra M, Raj RG, et al. Adaptogenic herbs: A natural way to improve athletic performance. Health Sci Rev. 2023 Jun 1;7:100092.
- Panossian A, Wikman G. Effects of Adaptogens on the Central Nervous System and the Molecular Mechanisms Associated with Their Stress—Protective Activity. Pharmaceuticals. 2010 Jan 19;3(1):188–224.
- Kamal M, Arif M, Jawaid T. Adaptogenic medicinal plants utilized for strengthening the power of resistance during chemotherapy–a review. Orient Pharm Exp Med. 2017 Mar 1;17(1):1–18.
- McCarty R. Chapter 2 - The Alarm Phase and the General Adaptation Syndrome: Two Aspects of Selye’s Inconsistent Legacy. In: Fink G, editor. Stress: Concepts, Cognition, Emotion, and Behavior [Internet]. San Diego: Academic Press; 2016 p. 13–9.
- Sulaiman MK, Lakshmanan J. Systemic and Anticancer Potential of Adaptogenic Constituents Isolated from Traditional Herbs - A Mini-Review. Anti-Cancer Agents Med Chem. 2022 Oct 1;22(16):2811–21.
- Seo EJ, Klauck SM, Efferth T, et al. Adaptogens in chemobrain (Part II): Effect of plant extracts on chemotherapy-induced cytotoxicity in neuroglia cells. Phytomedicine. 2019 May 1;58:152743.