Welkom! Je bent uitgekomen op de nieuwe website van Voedingsgeneeskunde. De reguliere website is aan vernieuwing toe. Surf gerust rond, de website is nog niet compleet en volop in ontwikkeling.

Rogier Hoenders is psychiater bij TOPGGZ Centrum Integrale Psychiatrie van Lentis en hoogleraar zingeving, leefstijl en geestelijke gezondheidszorg aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hoe kijkt hij naar de gezondheidszorg en welke kansen ziet hij in leefstijlgeneeskunde?
Vanwege zijn aanstelling tot hoogleraar in 2023 hield Hoenders op 18 oktober 2024 zijn oratie: Gezonder leven: een gebed zonder end? Hierin pleitte hij voor een verandering van de gezondheidszorg. 'Het probleem is dat ons gezondheidszorgsysteem dateert uit een tijd dat de belangrijkste redenen van ziekte en overlijden bevalling, infectie, ongelukken en oorlog waren. Onze geneeskunde is daarop ingericht, met een focus op acuut ingrijpen en symptoomvermindering. Echter, de meest voorkomende oorzaken van ziekte zijn minder acuut en levensbedreigend geworden. We moeten ons zorgsysteem nog aanpassen, met meer focus op (preventie van) chronische ziekte en de belangrijkste oorzaak ervan: de moderne westerse leefstijl.'
Welke concrete aanpassingen in het huidige gezondheidszorgsysteem zou u willen zien?
'Het zou goed zijn als preventie nu écht mogelijk wordt gemaakt: door begrijpelijke onderbouwde informatie over gezondheid te verstrekken en vaardigheden aan te leren. Via scholen, bibliotheken, wijkcentra, andere overheidswegen en ook academische wegen. Informatie die begrijpelijk is voor iedereen én die wetenschappelijk onderbouwd is. En niet zozeer over complexe, controversiële onderwerpen. Dat is met voeding best lastig, want er zijn vele discussies. Hierdoor gaat er echter teveel tijd en aandacht verloren met academische discussies over details (bijvoorbeeld wel/niet vlees, zuivel of alcohol). Kijk liever naar de aspecten waar elk dieet het mee eens is en waar we al grote winst kunnen behalen. Slechts 5% van de Nederlanders eet voldoende groenten en 15% eet voldoende fruit. Laten we daarmee beginnen: meer groente en fruit en minder ultra-bewerkt voedsel (junkfood/processed food). En ook informatie en workshops over hoe je omgaat met stress. Veel mensen voelen zich gejaagd en overprikkeld. Welke ademhalingsoefeningen kun je doen, wat is yoga en hoe kun je mindfulness en meditatie toepassen? Daarnaast ook voldoende bewegen en niet te veel stilzitten; we zijn Europees 'kampioen' met gemiddeld tien uur per dag! Runningtherapie is net zo effectief als antidepressiva, maar met positieve in plaats van negatieve bijwerkingen.
Met leefstijltrainingen ontwikkelen mensen belangrijke vaardigheden en leren ze zorg te dragen voor hun eigen gezondheid. Ze krijgen de controle terug en zijn niet meer alleen afhankelijk van een behandelaar. In het huidige systeem ligt alle verantwoordelijkheid bij de behandelaar. Ik denk dat het ook een goed idee is als we met beloningen gaan werken in het zorgsysteem. Beloning is namelijk een belangrijke prikkel bij gedragsverandering. Denk bijvoorbeeld aan een geldprikkel, met trainingen die vergoed worden of dat je punten kunt sparen als je eraan deelneemt. Dit gebeurt her en der ook al.'
U zei in de oratie over complementaire zorg: Sommigen zijn op voorhand fel tegen, met als belangrijkste argument dat het niet wetenschappelijk is. Echter, het is niet het onderwerp, maar de manier waarop je te werk gaat dat bepaalt of iets wetenschappelijk is? Hoe kijkt u naar de complementaire zorg?
'Ik ben met complementaire zorg opgegroeid: mijn vader was huisarts en werkte ernaast als acupuncturist, homeopaat en neuraaltherapeut. Mijn moeder was verpleegkundige in het academisch ziekenhuis Groningen en deed later natuurgeneeswijze, voetreflexzonetherapie en massage. Toen ik geneeskunde ging studeren, was ik groen en naïef, ik dacht: we gaan mensen beter maken, op allerlei verschillende manieren! Het was een koude douche om erachter te komen dat ik geacht werd helemaal niet positief te praten over complementaire zorg.
Ik kijk open-minded én kritisch naar de complementaire zorg. Ik merk dat veel mensen vervallen in uitersten als het om dit onderwerp gaat: het is óf op voorhand dogmatisch afwijzen, óf het is naïef blindelings omarmen. Beide lijken mij niet verstandig. Ik ben voorzitter van het Consortium voor Integrale Zorg en Gezondheid (www.cizg.nl), dat tot doelstelling heeft om op deze manier leefstijl en veilige en effectieve complementaire zorg te integreren in het reguliere zorgsysteem.
Wat wij reguliere zorg noemen, is ongeveer driehonderd jaar oud en is ontstaan in de westerse samenleving. Maar dit betekent niet dat geneeskunde alleen aan het Westen is voorbehouden. Het zou heel goed kunnen dat andere culturen/volken ook iets ontdekken dat goed is voor de gezondheid - sterker nog, dat is heel aannemelijk. We hebben de neiging om uitsluitend te denken/redeneren vanuit ons eigen paradigma en wereldbeeld, en te denken dat dat de enige juiste weg is. Dat is een bias. Wat je nodig hebt, is een bepaalde mate van ontvankelijkheid voor ideeën die buiten gebaande paden gaan. Wil je vernieuwen, dan moet je verder kijken.
Tegelijkertijd zitten daar ook grenzen aan. Dat iets anders is, hoeft niet te zeggen dat het goed is. Een kritische houding is noodzakelijk en de wetenschappelijke principes bieden hierbij een houvast. Dat houdt in dat je iets systematisch onderzoekt, dat je toetsbaar bent, transparant bent en laat zien wat je doet. Die principes willen en moeten we in ere houden, en dat kan ook. Breng je dit samen, dan ben je én open-minded én kritisch. En ik denk dat dat de weg is die we moeten nemen om het beste van verschillende (genees)culturen te combineren.'
In de oratie benoemt u de tegenvallende resultaten van interventies in de leefstijlgeneeskunde. U vindt dat er gekeken moet worden naar andere uitkomstmaten, als we de effecten van leefstijlveranderingen willen 'vangen' in wetenschappelijk onderzoek. Welke uitkomstmaten zouden beter werken bij deze interventies?
'Deze uitspraak deed ik naar aanleiding van het onderzoek dat wij deden naar yoga bij vrouwen met een depressie. Dat was een zorgvuldige wetenschappelijke studie, maar tot onze teleurstelling kwam er niet veel uit. We zagen wel iets verbetering in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep, zoals ervaren gezondheid en werkvermogen, maar de depressieve symptomen waren niet overtuigend verbeterd. Echter, we deden ook een kosten-effectiviteitsanalyse en daaruit bleek dat de interventie wel heel kosteneffectief was! Dat zat zo: de vrouwen rapporteerden dat zij meer vertrouwen in hun eigen lichaam en gezondheid hadden gekregen en daarbij waren ze beter in staat om te werken. Dit zorgde voor minder werkuitval. We moeten dus niet alleen of vooral naar symptomen kijken bij de effecten van leefstijl.
Leefstijlverandering en complementaire zorg werken vaak niet zozeer op het wegnemen van ziekte, maar vooral op het vergroten van de algehele gezondheid. En als je er zo naar kijkt, is het heel logisch dat we niet de pathologie moeten meten in een wetenschappelijk onderzoek, maar de gezondheid als geheel. Bijvoorbeeld veerkracht, welzijn, kwaliteit van leven, arbeidsvermogen. Later zagen we in een andere studie, naar de effecten van onze GLI-GGZ, hetzelfde als in dit yoga-onderzoek: klinische symptomen namen nauwelijks af, maar gezondheid, maatschappelijk en persoonlijk herstel verbeterden wel. We zijn daarom nu onze uitkomstmaten aan het aanpassen.'
Ook de invloed van voedingsmiddelen op gezondheid is heel lastig te vangen in wetenschappelijk onderzoek. Er zijn zoveel aspecten die ook invloed hebben, zoals hoe iemand gebouwd is, hoeveel iemand slaapt, hoeveel hij/zij beweegt. Dat maakt het lastig om het wetenschappelijk te onderbouwen.
'Ja, zeker! Dat geldt voor elke 'complexe interventie', zoals we dat noemen. Dat is een interventie die je niet dubbelblind gerandomiseerd kunt toepassen in twee groepen. Een voorbeeld is een chirurgische ingreep, je kunt niet zomaar personen opensnijden en die als placebo/controlegroep laten dienen. Ook fysiotherapie is een complexe interventie die moeilijker te onderzoeken is dan een nieuwe pil. Je ziet bij dit soort complexe interventies dat het niveau van bewijsvoering, ook in de reguliere geneeskunde, over het algemeen lager is. Bij chirurgische ingrepen heeft dat natuurlijk met ethische overwegingen te maken, je kan immers geen placebo-operatie uitvoeren. Maar er speelt vermoedelijk ook culturele bias, de aanname dat als een chirurg iets doet, het wel goed zal zijn. Door die bias kijk je minder kritisch.'
Wat kan de complementaire geneeskunde doen om zich te verbeteren?
'Ik denk dat het goed is om verder te professionaliseren. Door middel van beroepsverenigingen bijvoorbeeld en een professioneel statuut. Dat is een soort bijbel voor elk vak, met standaarden en richtlijnen over hoe het vak wordt uitgevoerd. Waarin staat wat er onder goede zorg valt en op welke manier gehandeld wordt. Je biedt hiermee kaders, je krijgt meer uniformiteit en een kritische buitenstaander kan zien wat deze beroepsgroep ziet als 'goede zorg'. En denk ook aan zaken als klachtenregeling en tuchtregeling.
Een open-minded en kritische houding aannemen is belangrijk, ook naar zichzelf. Ik denk dat het heel goed is als de complementaire zorg meer mee gaat doen met evaluatie en wetenschappelijk onderzoek. Ik weet dat dat niet makkelijk is, want in deze zorg werken mensen veel als zzp'er en niet bij grote zorgorganisaties. Maar probeer proactief de samenwerking op te zoeken met bijvoorbeeld universiteiten, zodat je leert van de uitkomsten van je interventies. Hierbij is het wel belangrijk dat je geholpen wordt door mensen die echt goed wetenschappelijk onderzoek kunnen doen en die ook openstaan voor complementaire zorg. Dat is nog best lastig, want er is negatieve bias bij sommige onderzoekers. Daarnaast is er tekort aan middelen. Minder dan 1% van het onderzoeksgeld wordt besteed aan het onderzoeken van complementaire zorg. Daardoor is het erg moeilijk de achterstand in wetenschappelijke bewijsvoering in te halen.
Ik raad ook aan om altijd verslaglegging te doen. Idealiter af en toe een briefje sturen naar de huisarts of medisch specialist van je patiënt, waarin je beknopt beschrijft wat je aan het doen bent in je consulten. Dat zal misschien niet gelijk door iedere huisarts of specialist met applaus ontvangen worden, maar het gaat om laten zien wat je aan het doen bent en wat je methodiek is. En het is ook een kans om tot samenwerking en verbinding te komen. Daarnaast kan je negatieve effecten voorkomen, zoals interacties tussen kruidenpreparaten en medicatie.'
Medische zorg bepaalt uiteindelijk maar 11% van gezondheid in een populatie, liet u zien. De grootste factor blijkt individueel leefstijlgedrag: dit draagt 38% bij aan gezondheid. Hoe komt het dat we onze goede voornemens rondom eten en andere leefstijlfactoren vaak niet vol houden?
'Daar heb je een belangrijke vraag? De meeste mensen zijn het er namelijk wel over eens dat je met gezonde leefstijl veel goeds kan doen, maar 90% faalt binnen twee jaar. Ik doe al bijna twintig jaar leefstijlgeneeskunde, in verschillende contexten en voor verschillende doelgroepen. Ik heb tientallen redenen geleerd waarom het zo moeilijk is om gezonde keuzes te maken. Van biologische redenen, tot psychische, sociale en spirituele. Ik geef per pijler een voorbeeld:
Ik ben momenteel met een boek bezig om al deze redenen uiteen te zetten, vanuit zowel de wetenschap als ook aan de hand van alle gesprekken die ik door de jaren heen met cliënten in de GGZ en met zorgprofessionals in nascholingen heb gehad. Ik heb een model ontwikkeld hoe je ondanks deze grote uitdagingen je goede voornemens wel kan halen en behouden. Hierin staan 108 praktische adviezen voor duurzame gedragsverandering. Het boek verschijnt bij Boom/Tijdstroom in dit najaar.'
Over die laatste pijler wil ik het graag hebben, want zingeving is cruciaal bij het behalen van leefstijl- en behandeldoelen, zei u in de oratie. Hoe kan zingeving helpen?
'Net als slaap, voeding, beweging en ontspanning is zingeving een leefstijlfactor op zichzelf. We zien een correlatie tussen mensen die een helder omschreven actieve zingeving hebben en een gezondere leefstijl. Ze leven zelfs gemiddeld vier tot zes jaar langer. Ze worden minder lichamelijk of psychisch ziek, en als ze ziek worden herstellen ze sneller.
Je kunt zingeving als aspect zien waar mensen voor gaan in het leven, waar ze zich op richten, waar ze middelen voor hebben en moeite voor doen. In feite hetgeen wat uiteindelijk het allerbelangrijkste is. Dit kunnen religieuze vormen zijn, niet-religieuze en zelfs ook alledaagse vormen van zingeving, zoals het contact met je kinderen, huisdieren of een hobby.
Zonder zingeving heb je meer te maken met enkel vluchtige, snelle beloningen, die zorgen voor dopamine. Dit hormoon geeft je het gevoel 'Wat lekker! Ik wil meer'. Terwijl zingeving geassocieerd is met serotonine, een hormoon dat als gevoel geeft: 'Wat lekker, het is voldoende zo. Ik ben tevreden.' Hoe meer het dopamine-systeem gestimuleerd wordt, bijvoorbeeld door het eten van suiker of social media gebruik, hoe zwakker je serotonine-systeem wordt.
Je kunt in de leefstijlgeneeskunde zingeving ook gebruiken om gedragsverandering te bewerkstelligen. Mensen die gaan afvallen, anders willen eten of willen stoppen met roken of drinken hebben een motor nodig achter hun moeite om te gaan veranderen. En die motor kunnen ze vinden in zingeving.'
Voor veel zorgprofessionals is dit wellicht een lastigere pijler. Hoe kunnen ze dit aanpakken?
'Je kunt bijvoorbeeld vragen stellen als: Wat is het belangrijkste in jouw leven? Hoe gaat het leefstijldoel dat je hebt gesteld je daarbij helpen? Als een leefstijldoel gekoppeld is aan zingeving, hebben mensen meer kans van slagen.
Maar dat dit een lastig onderwerp kan zijn voor een zorgprofessional, snap ik heel goed. Daarom hebben wij een zorgstandaard voor AKWA [alliantie kwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg, red.] geschreven: Zingeving in psychische hulpverlening. Deze is voor iedereen gratis beschikbaar en kun je vinden via ggzstandaarden.nl. De zorgstandaard gaat uitgebreid in op wat zingeving precies is en wat je wel en juist beter niet kunt doen als zorgprofessional. Via ResearchGate kun je ook veel van mijn onderzoeken naar dit onderwerp vinden, en nieuwe onderzoeken deel ik altijd via LinkedIn. Dus voeg mij vooral toe op dat platform.'
Hoe ziet zingeving er voor u persoonlijk uit?
'Ik mediteer iedere dag een uur. Ik ben de laatste twintig jaar vooral geïnspireerd door Tibetaans boeddhisme, maar heb ook ervaring en affiniteit met andere religies en levensbeschouwingen. Ik ben veel in Tibet geweest, voor humanitair werk, retraites in de oude kloosters en om pelgrimstochten te maken. De dagelijkse meditatie is voor mij de allersterkste leefstijlfactor, hetgeen mij het meest in balans en overeind heeft gehouden, nu nog steeds. Het is ook de motor achter mijn leefstijlactiviteiten. Daarnaast geef ik mindfulness-trainingen in de GGZ en onderzoek ik met collega's de effecten ervan. Sommigen mensen zeggen dat ze geen tijd hebben voor meditatie. Ons advies is: mediteer iedere dag een half uur; tenzij je geen tijd hebt, mediteer dan een uur.'
1. Poiesz, T. Redesigning psychology. In search of the DNA of behavior. Eleven International Publishing, 2014.